Kennisfabriek

Er wordt nog wel eens gezegd over het onderwijs dat school geen ‘kennisfabriek’ moet zijn. Een negatieve term die aangeeft dat school hersenloze zombies aflevert, dat het niet alleen moet draaien om kennisverwerving. Met Het Trivium kan ik niet anders dan het hier mee eens zijn. Echter, de term suggereert ook dat kennis (en daarbij informatie) schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van een leerling, en niet te veel moet worden gegeven, zoals je een kopje koffie een ‘bakkie verslaving kunt noemen’, of limonade een ‘tandenbreker’. Kennis moet ruimte maken voor persoonlijke ontwikkeling, vaardigheden, creativiteit, kritisch denken en jezelf ontdekken. Het vergaren van informatie en het ontwikkelen van kennis zijn echter fundamenteel voor goed onderwijs en vragen om een grote investering in tijd en energie in het middelbaar onderwijs.

In Het Trivium heb ik mijn raamwerk voor degelijk onderwijs gegeven. Goed onderwijs is het samenspel tussen grammatica (kennis vergaren over de wereld), dialectica (kritisch kijken naar de wereld) en de retorica (goed communiceren naar de wereld). In deze post wil uiteenzetten waarom kennis cruciaal is voor goed en degelijk onderwijs en dat het daarom ook zorgelijk is dat kennis (en zeker ook informatie) meer op de zijlijn komt te staan op scholen, als een reservespeler die alleen wordt ingezet wanneer nodig.

Wat is kennis?

Kennis is betekenisvolle informatie, je beheerst de feiten genoeg om er zinvolle acties mee te ondernemen, theoretisch of praktisch. Het is een samenspel tussen weten, begrijpen, en kunnen toepassen. Het is daarom belangrijk dat leerlingen worden geconfronteerd met veel (betekenisvolle) informatie dat kan worden omgezet in kennis. Hier volgen vijf redenen waarom informatie en kennis, naar mijn mening, cruciaal zijn voor degelijk en succesvol onderwijs.

  1. Creëren van concepten

Marty Lobdell in zijn Study Less, Study Smart geeft het verschil tussen feiten en concepten. Een feit vergeet je snel, een concept blijft je hele leven bij. Echter, je hebt feiten nodig om tot conceptuele inzichten te komen. De feiten zal je weer (deels) vergeten, maar het concept blijft je bij. Een feit is de naam van een bot, een concept is hoe deze functioneert in je lichaam.

“strategies of learning that help students identify and discern complex prototypes […] can help them grasp the kinds of contextual and functional differences that go beyond the acquisition of simple forms of knowledge and reach into the higher sphere of comprehension.”

Peter C. Brown, Henry L. Roediger III, Mark A. Daniel, make it stick, The Science of Successful Learning, p. 55

“[T]he aim of fact learning is not to learn just one fact – it is to learn several hundred, which taken together form a schema that helps you to understand the world.”

Daisy Christodoulou, Seven Myths about Education, p. 20

Ontneem informatie voor een leerling, ontneem de kennisverwerving, en leerlingen zullen meer moeite hebben concepten te begrijpen of tot nieuwe conceptuele inzichten te komen. Specifieke informatie leveren wanneer een leerling of docent deze nodig acht, is op de lange termijn inefficiënt. Je krijgt slechts stukjes van een groter verhaal te zien, en mist verbanden. Daarbij komt dat brede kennis tot inzichten kan komen waar je zelf nog niet aan had gedacht, omdat de informatie die je nodig had, buiten je inzichtspectrum lag. Veel van deze inzichten ontstaan in het onderbewuste, gevoed door een veelzijdigheid aan kennis.

Veel van deze inzichten ontstaan in het onderbewuste, gevoed door een veelzijdigheid aan kennis.

  1. Parate kennis

Er bestaan in de hersenen twee soorten geheugen: het kortetermijngeheugen en het lange. Het kortetermijngeheugen (of werkgeheugen) kan maar drie tot vier items onthouden (The magic number 4 in short-term memory: A reconsideration of mental storage capacity, N. Cowal). Christodoulou geeft in Seven Myths about Education het voorbeeld van een rekensom. 46 x 7 is moeilijk uit je hoofd te rekenen als je de tafels niet goed beheerst. Leerlingen die hun tafels niet kennen, kunnen mentaal deze som niet uitrekenen. Door gebruik te maken van je langetermijngeheugen, je parate kennis, kan je de som in stukjes knippen. Overigens haakt dit ook in op het punt één: 4 x 4 = 16 is vrij gelimiteerde kennis, maar twaalf tafels beheersen geeft wel toegang tot een beter begrip van wiskunde.

Een voorbeeld, voor mij, dichterbij huis is het leren van woordjes. Een enkel woordje leren lijkt zinloos. Maar in je schoolcarrière honderden woorden leren verbreedt je woordenschat om goed te kunnen lezen, schrijven, spreken en luisteren. Maar we hebben toch digitale woordenboeken? Het kost meer tijd om bij teksten continu woorden op te zoeken, het kost belachelijk veel tijd bij spreken. Daarnaast mis je een groot deel van de connectie tussen woorden omdat je ze als enkele items opzoekt en niet verbindt met behulp van je langetermijngeheugen. Je bent beter in staat een goede tekst te schrijven als het grootste gedeelte van de woorden van jezelf zijn, als je ze beheerst, en niet van een online woordenboek. een woord is immers meer dan een reeks letters. Wittgenstein zei ooit: “The limits of my language mean the limits of my world,” en Alan Watts gaf aan dat “The only thing you really know is what you can put into words.” Een parate, brede woordenschat geeft een betere mogelijkheid jezelf te verwoorden en anderen te begrijpen.

Het kost meer tijd om bij teksten continu woorden op te zoeken, het kost belachelijk veel tijd bij spreken.

Vaak wordt gezegd dat veel kennis van de middelbare school je later weer vergeet. Dit is echter een grove onderschatting van onze hersenenen. Veel van die kennis, mits degelijk eigengemaakt door spaced en layered learning, sluimert. Wanneer je tien jaar na de middelbare school weer Frans of Duits zou oppakken, zal je merken dat je niet meer op basisniveau zit, maar na enige oefening vrij snel op het niveau komt waar je het hebt achtergelaten.

  1. Informatievoorzieningen worden steeds minder betrouwbaar

Hoe meer informatie en kennis je van de wereld hebt, hoe beter je haar begrijpt en weerbaar bent tegen leugens en manipulatie. ‘Fake news’ komt steeds vaker voor en als school dienen wij leerlingen hierop voor te bereiden. Echter, het is de kennis van de wereld die helpt om te twijfelen aan een nieuwsbericht, of aan een Tweet. Als je deze ‘trigger’ niet hebt, als je eigen kennis niet wordt uigedaagd, zal je niet snel tot waarheidsvinding komen. Hoe meer je weet over de wereld, hoe sneller je zaken in twijfel zult trekken die niet kloppen, hoe sneller je aan waarheidsvinding zult doen.

Hoe meer je weet over de wereld, hoe sneller je zaken in twijfel zult trekken die niet kloppen, hoe sneller je aan waarheidsvinding zult doen.

Over waarheidsvinding gesproken, veel van onze informatie is nu digitaal. Digitale informatie kneedbaar, veranderbaar, zonder dat het duidelijk is dat informatie is gemanipuleerd. Het is ook absurd te denken dat internet een database is die gebruikt kan worden als vervanging van ons geheugen. Niet alleen op maatschappelijk vlak (waar Orwell natuurlijk al voor waarschuwde in 1984: “The past was erased, the erasure was forgotten, the lie became the truth.”), maar ook op individueel vlak.

Door je ‘feitendatabank’ (voor een groot deel) te verplaatsen van je hersenen naar het internet, maak je jezelf afhankelijk van een systeem dat speelt met de waarheid. De mens wordt dan een ‘drone’, bespeelbaar door anderen, gevormd door de bubbels van Facebook en Google die informatie filteren of adverteren op zo’n manier dat je een vervormd beeld van de realiteit krijgt zonder dat er een tegengeluid kan worden gegeven.

  1. Weerbaar maken

Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat meer kennis (en informatie) over de wereld je ook meer kennis geeft over jouw plek in die wereld en jezelf weerbaarder maakt.  Je geeft je hersenen meer gereedschap, of een voedzame bodem, om de wereld om je heen en jezelf daarin beter te begrijpen. En juist informatie en kennis waar je niet op zat te wachten kan daarbij helpen. Je hersenen worden een bibliotheek van ideeën, ervaringen (ook van anderen), suggesties en logica die je helpen op situaties te reflecteren en te anticiperen.

Daarnaast hebben jongeren last van een paradox: je wilt uitvinden wie je wilt worden, maar je bent gevangen in de interesses van vandaag en de behoeften van je huidige situatie. Het is aan een instantie als een school om jongeren breed op te leiden en ‘lastig’ te vallen met zaken waar zij niet het directe nut van inzien, of waar zij zelf niet op waren gekomen. Nieuwsgierigheid begint daar waar je een leerling confronteert met het onbekende. Juist wanneer leerlingen op een ‘enge’ manier informatie toebedeeld krijgen, zijn zij vatbaarder voor manipulatie van de bron van die informatie.

Nieuwsgierigheid begint daar waar je een leerling confronteert met het onbekende.

  1. Kritisch en creatief denken

Natuurlijk heeft niemand de waarheid (deze is immers onderhevig aan perceptie), maar dit ontneemt ons niet de plicht jongeren te leren waarom de wereld functioneert zoals hij nu functioneert. Dit is hoe er nu naar de wereld en naar haar problemen wordt gekeken.  Ben je het hier niet mee eens, dan weet je waartegen je ageert. School moet de voedingsbodem zijn voor kritische denkers en creatieve geesten, maar dat kan alleen met inhoud. Alleen dan kan je werken aan dialectica.

Kritiek zonder inhoud is roeptoeteren, schilderen zonder kennis is kladderen. Het is koken zonder kennis van ingrediënten. Ontneem een kind kennis (en informatie) en je ontneemt haar de mogelijkheid om kritisch naar problemen te kijken, kritisch naar zichzelf te kijken, en zichzelf creatief te uiten. Het onttrekken van kennis maakt blind, (Oost-Indisch) doof en stom.

Kritiek zonder inhoud is roeptoeteren, schilderen zonder kennis is kladderen.

Deze kennis (en informatie) moet ook gestructureerd worden gegeven, en niet incidenteel wanneer dit nodig is. Zulke sporadische momenten helpen niet tot het leggen van verbanden en het aanleren van schema’s, die tevens tijd besparen. Je zult de present perfect continuous alleen beter begrijpen als je de present perfect kent, maar je zult alleen de present perfect begrijpen als weet hoe de present en past simple functioneren.

Een brede kennis van de wereld betekent ook het kennen van niet direct toepasbare informatie. We weten niet wat de toekomst brengt, maar door te weten hoe de wereld tot het punt is gekomen wanneer verandering plaatsvindt, kan je beter anticiperen op die veranderingen. Het aanbieden van brede kennis levert veerkrachtige en flexibele individuen op in een veranderende wereld.

Het aanbieden van brede kennis levert veerkrachtige en flexibele individuen op in een veranderende wereld.

Grammatica, dialectica en retorica

Het vergaren en eigen maken van informatie en kennis kost veel tijd, maar, zoals ik hopelijk hierboven heb aangegeven wel van noodzakelijk belang. Natuurlijk moeten middelbare scholen leerlingen ook opleiden tot kritische denkers (over de wereld en over zichzelf) en hen leren hoe zij dit optimaal kunnen communiceren. Echter, dialectica en retorica hebben effectief minder tijd nodig om te worden beheerst. Grammatica (kennisvergaring) zou misschien in de lessen evenveel tijd toebedeeld moeten krijgen als dialectica en retorica samen. Het is de verantwoordelijkheid van de middelbare school om leerlingen af te leveren aan het MBO, HBO en WO met koffers vol informatie en kennis. Kennis die kritisch kan worden bekeken en duidelijk kan worden gecommuniceerd.

Het VO moet een bolwerk voor kennis zijn, en als mensen dat denigrerend een ‘kennisfabriek’ willen noemen, dan draag ik het label ‘fabrieksopzichter’ trots als geuzennaam. Confucius zei ooit: “Wie oude kennis koestert en constant nieuwe vergaart, mag een leraar van anderen zijn”. Ik zou zeggen, wie oude kennis koestert en constant nieuwe vergaart, kan een leraar voor zichzelf zijn.

Het Trivium

Waar gameful design helpt bij het bevorderen van een goed leerklimaat en leergedrag, helpt het trivium mij bij het bepalen van mijn onderwijsdoelen. Het idee van het trivium komt uit de Griekse oudheid, maar is nieuw leven ingeblazen door Martin Robinson in het boek Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past. Het trivium geeft antwoord op een onderbuikgevoel dat ik al een paar jaar had in alle onderwijsdiscussies: kennis doet er toe en kritisch nadenken is belangrijk. Het combineert de waarde van het verleden met de uitdagingen voor de toekomst.

Het trivium werkt met drie pijlers die goed onderwijs moeten bevorderen: grammatica, dialectica en retorica.

“We have the art of grammar, learning about the way things were or are; which is challenged by the dialectic, questioning the way things were or are; and communicated through the art of rhetoric, showing how things could be.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 25

De onderdelen van de drie-eenheid versterken elkaar. Je moet eerst weten voordat je iets kunt bekritiseren, maar dat heeft alleen effect als je het goed kunt communiceren. Het trivium levert kritische, zelfstandige denkers.

Grammatica

Grammatica slaat hier niet op de structuur van een taal, maar op de kennis van het verleden en het heden: weten waarom dingen nu zijn zoals ze zijn, begrijpen waarom de Westerse maatschappij is gefundeerd op Christelijke waarden, het inzien van algebra, het weten hoe de landen in de wereld verdeeld zijn. Grammatica laat je een interpretatie van de wereld zien zoals deze op dit moment wordt aanschouwd. Dit is geen absolute waarheid en binnen het trivium is het juist voorbestemd om uitgedaagd te worden door de dialectica.

“If you are going to rip up the rules of literature, you need to know the rules of literature.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 112

Je kunt alleen de wereld bekritiseren als je weet wat er was. Een mooi voorbeeld vind ik Picasso. Picasso is het boegbeeld van je eigen stijl vinden, de heersende ideeën uitdagen, maar voordat hij dit kon moest hij eerst de technieken kennen en beheersen. Het linkerschilderij (Wetenschap en naastenliefde) is uit 1897, het rechterschilderij (Drie muzikanten) is uit 1921.

Zonder grammatica is de dialectica ongefundeerd onderbuikgeschreeuw en de communicatie slechts holle retoriek. Grammatica beschermt het individu van populisme en van de waan van de dag. Het geeft een gedeeld platform waarover je met elkaar betekenisvol kunt discussiëren.

Informatie, kennis en begrip
Het is belangrijk het verschil te kennen tussen informatie, kennis en begrip. Informatie is wat je kunt googlen. Het zijn feiten die je kunt verwerken. Kennis is betekenisvolle informatie, dat wil zeggen je beheerst de feiten genoeg om er zinvolle acties mee te ondernemen, theoretisch of praktisch. De laatste stap is dat je de kennis daadwerkelijk begrijpt.

Mijn dochter is vier en speelt af en toe The Sims, een soort digitaal poppenhuis. Toen ik een keer met haar achter de computer zat, wist ik niet hoe je naar de tweede verdieping moest komen. Binnen luttele seconden klikte ze op twee knoppen in het spel: “Nee, papa dan moet je zo en zo”. Kent mijn dochter Engels? Beheerst mijn dochter een computerspel beter dan ik? Nee. Mijn dochter heeft informatie (knop A en knop B) omgezet naar beperkte kennis “als knop A dan knop B = resultaat”. Ze begrijpt niet wat ze doet en snapt de logica achter de opzet van de knoppen niet. Ze heeft wel de kennis, maar niet het begrip. Dit geldt overigens ook over de gemiddelde ICT kennis bij jongeren, ze weten hoe Snapchat of Instagram werkt, maar begrijpen niet hoe.

Het is vaak het gebrek aan begrip waar mensen gevoelig zijn voor vooroordelen. Dit vraagt om de uitdaging van de dialectica. Maar deze uitdaging kan alleen plaatsvinden wanneer je start vanuit de kennis die er is.

Het leren van feiten gaat niet om feiten
Het is een misvatting te denken dat het leren van feiten gaat om het onthouden van feiten. Feiten kan je altijd opzoeken (al helpt het natuurlijk wel als je veel kunt onthouden). Het leren van feiten helpt bij het begrijpen en onthouden van concepten. Feiten vergeet je snel, concepten blijven je hele leven bij, maar kunnen alleen begrepen worden wanneer je de feiten (ooit) beheerst(e). Dr. Marty Lobdell legt dit helder uit. Thomas Frank geeft hieronder de verkorte versie.

Ook het boek make it stick is hier duidelijk over:

“strategies of learning that help students identify and discern complex prototypes […] can help them grasp the kinds of contextual and functional differences that go beyond the acquisition of simple forms of knowledge and reach into the higher sphere of comprehension.”

Peter C. Brown, Henry L. Roediger III, Mark A. Daniel, make it stick, The Science of Successful Learning, p. 55

Het internet wordt minder betrouwbaar
Het internet is een katalysator voor goede bedoelingen en voor kwade. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat onze informatievoorziening steeds onbetrouwbaarder wordt. Kijk bijvoorbeeld naar de informatievoorziening rondom de Brexit en het presidentschap van Trump. Fake news and framing worden steeds meer gemeengoed en ook het recht om vergeten te worden geeft aan welke weg we in de toekomst kunnen inslaan. Eén van de laatste ontwikkelingen in de technologie zijn faked video’s en deze technologie zal onze waarheidsvinding alleen nog maar meer op de proef stellen.

Ook het groeiende wantrouwen naar de gevestigde media geeft ruimte voor vervormingen van de waarheid en regelrechte leugens. Door meer van de wereld te begrijpen en meer vanuit jezelf te weten, ben je meer op je hoede en minder gevoelig voor manipulatie. Daarom is het belangrijk jongeren van een stevig portie kennis van de wereld te voorzien met de vaardigheden om kritisch naar nieuwsvoorziening te kijken (dialectica). Beheersing van de retorica is een derde verdedigingslinie tegen onwaarheden.

Dialectica

Dialectica is het kritisch kijken naar kennis en deze op waarde schatten. Via de dialectica ontdek je wie je bent en ontwikkel je wie je wilt worden. Je daagt de gevestigde orde uit en dwingt hen tot antwoorden.

Dialectic is understood as argument, debate, dialogue, and also of mashing, mixing and joining up ideas.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 117

Zonder dialectica kan de grammatica leiden tot indoctrinatie: het blindelings volgen van feiten en accepteren dat de wereld objectief te benaderen is. Dialectica is het leren vragen stellen en durven twijfelen aan de gevestigde orde, aan de docent, maar ook aan jezelf. In het jaarboek van mijn mentorklas in 2018 schreef ik het volgende:

Twijfel aan jezelf en twijfel aan anderen. Twijfel aan de waarheid, weifel over je keuzes, want de wereld is tegenwoordig zo zeker van haarzelf. Waar beledigen en beledigd worden eenentwintigste-eeuwse vaardigheden beginnen te worden en we onszelf in het midden van het universum zetten zonder te twijfelen aan onze idealen en onze ideeën. Wie twijfelt kan kritisch kijken, naar zichzelf en naar de wereld. Wie twijfelt vernietigt nepnieuws en ontrafelt framing en denkt voordat hij wat roept. Wie twijfelt durft te vragen, staat open om te luisteren, kan overwegen en durft van zijn pad af te wijken als nieuwe kennis een nieuwe route adviseert. Twijfel aan jezelf en aan anderen en vind daar je rust: dat je constant dobbert op de wispelturige zee en niet bent geketend aan de grond. Twijfelen is bewegen, ontdekken, overwegen, proeven, “to drink life to the lees”. Twijfelen is weten dat weten tijdelijk is, constant dobberend naar een bestemming onbekend. Wie twijfelt heeft de wereld.

Dialectica is ook het leren respecteren van andere meningen en ideeën, “twijfelen is weten dat weten tijdelijk is”. Het opent de deur voor innovatie en dialoog. Dit geldt ook voor expressies zoals in de kunst, mischien moet ik wel zeggen, juist in de kunst, waar grammatica en dialectica worden verbonden met emotie en zelfexpressie.

Retorica

“Rhetoric is a peroration, an art of summation, of evualation. It has both an informal and formal role, embracing methods through which young people can become more confident citizens and communicate and celebrate what it is to feel, to think, to be eloquent[…]”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 144

Retorica gaat veel verder dan leren hoe Powerpoint werkt, dit is immers een vaardigheid en valt onder de grammatica. Retorica is communiceren, het in staat zijn de omgeving te informeren en te beïnvloeden naar jouw overtuigingen. Aan de andere kant moeten jongeren ook weten wanneer ze worden voorgelogen en retorische middelen herkennen wanneer zij onderwerpen bediscussiëren.

“The art we need to inculcate in our young people is the discrimination of knowing who to listen to and recognizing when they are being conned. We need to understand the art of rhetoric if we are to realize the importance, or otherwise, of what we are being told. Then we will have the power to laugh at or expose falsehood, but not to abuse that power through inarticulate trolling, abuse, or lies, and develop out own personal rhetoric […] this way, children develop their own authority. This confidence should be based not just in the what but also in the how.

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 152

Retorica gaat dus verder dan Powerpoint, of leren presenteren. Het bouwt de derde verdedigingslinie op en versterkt daarmee ook het zelfvertrouwen en daarmee de zelfredzaamheid van het individu.

 

Niemand kan precies voorspellen wat de toekomst zal brengen. Daarom heb ik ook moeite met de zogenaamde 21st century skills. Mensen raken verwonderd over technologie. Zij vergeten echter dat goed onderwijs in beginsel geen arbeiders moet opleiden, maar mensen die zelfstandig kritische keuzes kunnen maken, weerbaar zijn en zelf kunnen inspelen op de veranderingen van de wereld zodat ze arbeider kunnen worden, of manager, of academicus.

“[..] grammar, dialectic, and rhetoric are arts which are taught a way of thinking that is liberating. An art offers an open-ended approach, as opposed to a discipline where we are trained to follow one path, which is closed.”

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 49

Robinson vervolgt

[John of Salisbury (c. 1120-1180)] went on to suggest that grammar, dialectic, and rhetoric are arts because they ‘delimit’ the self: they nourish, they enable us to grow, they strengthen the mind towards wisdom from rules or virtue, all of which results in our ‘liberation’.

Martin Robinson, Trivium 21c – Preparing young people for the future with lessons from the past, p. 50

Ik geloof in de kracht van kennis, nee, in de noodzaak van kennis, maar wil mijn leerlingen uitdagen kritisch naar die kennis te kijken. Ik wil mijn leerlingen voorbereiden op een wereld die niemand kan voorspellen. Ik wil leerlingen weerbaar maken, die hun leven vorm geven naar hun eigen idealen en durven te twijfelen. Ik sta open voor de verhouding tussen de drie kunsten van grammatica, dialectica en retorica. Het miskennen van een van deze drie leidt echter, naar mijn mening, tot een ontwrichting van het individu en daar zal je mij vinden in de arena van het onderwijsdebat.

 

Correcties: klassen 6F en 6Q (2017-2019) van het Stedelijk Gymnasium Leiden.

Gevormd of Vervormd?

Ondanks de commissie Dijsselbloem [pdf] lijkt er geen eind te komen aan het aantal meningen over hoe ons onderwijs drastisch op de schop moet. Onlangs las ik op Twitter dat de volgende in rij stond om zijn mening te pareren in een boek: Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs van Jan Bransen. Vaak laat ik de berichten voor wat ze zijn, maar besloot deze keer dit boek gebruiken voor een experiment. Voordat ik begin met het lezen van dit boek wil ik mijn vooringenomenheid laten zien. Een cynisch resultaat van allerlei proefballonnetjes over ons onderwijs. Dan wil ik die vooringenomenheid vergelijken met de inhoud van het boek om te zien waar ik gelijk had en waar niet. Dit boek leek mij zeer geschikt omdat het lijkt dat er een aantal bekende punten naar voren worden gebracht en Jan Bransen niet alleen gereageerd heeft op een aantal Tweets, maar ook heeft aangegeven open te staan voor discussie, waarvoor niets dan lof.

Als docent Engels op een categoraal gymnasium innoveer ik, maar hecht ook waarde aan traditionele manieren van onderwijs.

Ik ben geen onbekende voor nieuwe ideeën in het onderwijs. Er kunnen veel dingen beter, maar er gaat ook veel goed. Ik noem mijzelf kritisch innoverend. Ik laat mij niet snel verwonderen over een nieuw idee en respecteer dat er in het verleden ook veel goed is gegaan. Als docent Engels op een categoraal gymnasium innoveer ik, maar hecht ook waarde aan traditionele manieren van onderwijs.

Voordat ik aan Bransens boek ga beginnen wil ik eerst mijn vooringenomenheid uiteenzetten. Dit is waar ik sta, dit is waar ik voor sta. Het onderwijs wordt voortdurend aangevallen op haar functioneren, waaronder het curriculum.nu. Wij zijn wel wat gewend en hebben al vaak dezelfde plaat gehoord, gespeeld, ondervonden en gezien dat het niet werkt. Ik heb daarentegen niet stilgezeten en zal ook niet stil blijven zitten om te ontdekken wat leerlingen helpt verder te komen in hun zelfontwikkeling.

Wij zijn wel wat gewend en hebben al vaak dezelfde plaat gehoord, gespeeld, ondervonden en gezien dat het niet werkt.

Onderwijs is voor mij het meegeven van kennis en gereedschap voor een kritisch en zelfstandig burger. Hoeksteen in mijn onderwijsvisie is het Trivium 21c. In zijn gelijknamige boek geeft Martin Robinson de drie elementen van goed onderwijs. De eerste is grammatica (de kennisverwerving), het leren over hoe dingen waren en zijn, welke wordt uitgedaagd door de dialectica, het bevragen van de manieren hoe dingen waren of zijn; en worden gecommuniceerd door middel van de retorica, laten zien hoe dingen kunnen zijn.

Onderwijs is voor mij het meegeven van kennis en gereedschap voor een kritisch en zelfstandig burger.

Het is in de eerste plaats belangrijk te kijken wie de spreker is van een groots nieuw onderwijsidee. In het geval van Jan Bransen gaat het om een hoogleraar filosofie gedragswetenschap. Gedragswetenschap kijkt naar het gedrag van mensen. Het zou dan ook logisch zijn dat Bransen vooral op dit aspect naar het onderwijs zou kijken en een waardevolle toevoeging zou geven aan de onderwijsdiscussie. Ik verwacht dat wij op dit vlak qua visie veel overeenkomen, maar helaas heeft Bransen al aangegeven dat er geen gedragswetenschap aan te pas komt. Ik vermoed echter dat hij wel wil inbreken in gebieden waar hij minder expertise in heeft: onderwijskunde en cognitieve wetenschap (waarom werken de hersenen zoals ze werken en hoe kan je leren bevorderen).

Een belangrijk feit dat veel onderwijsvernieuwers vergeten is dat een toevoeging van het één, het verdwijnen van iets anders betekent. Men wil vooral toevoegen, maar geeft geen antwoord op wat er dan uit moet. Er is een beperkte tijd op school die je kunt besteden aan onderwijs. Natuurlijk zijn er varianten die het schoolsysteem loslaten (zoals het Agora) en meer vrijheid bieden, maar ook daar geldt een beperkte tijd voor wat je ze wilt leren. Mijn verwachting is dan ook de Bransen hier niet duidelijk in zal zijn.

Bransen gaat zelfs zo ver dat hij vindt dat ik mijn leerlingen mishandel.

Waar Bransen in zijn communicatie over zijn boek (en waarschijnlijk ook in zijn boek) de plank misslaat is het beschuldigende vingertje dat ik het als docent niet goed doe. Ik vervorm kinderen en geef ze geen ruimte om zichzelf te ontwikkelen, nee, Bransen gaat zelfs zover dat hij vindt dat ik mijn leerlingen mishandel. Natuurlijk niet zo letterlijk verwoord, hij zegt immers heel tactisch dat het systeem kinderen mishandelt, maar als actief lid van dat systeem ben ik daar ook verantwoordelijk voor. Hij heeft deze woorden nog niet teruggenomen.

Bransen is professor aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Op zijn linkedin account kan ik niet achterhalen of Bransen zelf les heeft gegeven op een basisschool of middelbare school, of dat zijn ervaring komt als ouder of leerling. Als het systeem op de schop moet waar je zelf niet in actief bent, verwacht ik ook op zijn minst een verdieping in de geschiedenis van het onderwijs, waarom dingen zijn zoals ze zijn (de grammatica) en welke vernieuwingen er op dit moment plaatsvinden. Bransen heeft echter aangegeven geen van deze te hebben geraadpleegd. Opvallend is het dan dat Bransen zelf aangeeft dat je alleen een goede discussie kunt voeren als je goed geïnformeerd bent.

In een artikel van de Radboud Universiteit stelt Bransen dat het onderwijs failliet is. Ik ben het zeker met hem eens dat het onderwijs onder water staat. Kijk naar het lerarentekort, het gebrek aan respect vanuit de maatschappij, kijk naar alle proefballonnetjes en alle plasjes die men over het onderwijs wil doen. Ik vermoed echter dat Bransen het meer wil leggen op de sociale ontwikkeling die volgens hem ontbreekt in het huidige onderwijs en de huidige samenleving: “Het boek gaat weliswaar over onderwijs, maar eigenlijk gaat het over mensen,” aldus Bransen.

Bransen vervolgt door te stellen dat de mens een zichzelf onderwijzend wezen is. Dat klopt, maar zoals Alain de Botton omschreef in Religion for Atheists:

Uiteindelijk is het doel van al het onderwijs om ons tijd en fouten te besparen. Het is een mechanisme waarbij de samenleving […] op betrouwbare wijze probeert, binnen een reeks van jaren, zijn leden te leren wat de helderste en meest vastberaden van hun voorouders eeuwen van pijnlijke en sporadische inspanningen kostte om te weten.

Religion for Atheists, Alain de Botton, p. 159

Kennis van de wereld is te groot en te veel geworden om alles zelf te ontdekken. Het is tevens ook inefficiënt om alles zelf uit te zoeken. Niet op economisch vlak (al kan dat wel een fijne bijkomstigheid zijn), maar vooral op persoonlijk ontwikkelingsvlak. Hoe sneller je weet wat er was, hoe sneller je kritisch naar die kennis kunt kijken. Picasso kon alleen maar worden wie hij was door te weten (en te kunnen) wat zijn voorgangers wisten en konden. Hier lijkt Bransen overeenkomsten te vertonen met Ken Robinson, die in zijn pleidooi voor meer creativiteit in het onderwijs vergeet dat je kinderen kansen ontneemt door ze van kennis weg te houden en het zelf maar (creatief) uit te laten zoeken.

Kennis is volgens Bransen kunnen, maar dan heb je maar de helft van je verhaal. Je kunt geen Frans praten of Engels schrijven als je geen feitelijke kennis van woordenschat hebt. Je kunt dingen omdat je ze weet en begrijpt. Kennis is geen barrière, maar de motor van zelfontwikkeling.

Kennis is geen barrière, maar de motor van zelfontwikkeling.

Bransen laakt ook de becijfering in het onderwijssysteem. Hij wil (naar ik vermoed) de piketpaaltjes weghalen. Hiermee maak je leerlingen gehandicapt in hun leerproces. Net als een sporter wil een leerling weten wat zijn doel is, waar hij staat ten opzichte van dat doel en en wat hij nog nodig heeft op dat doel te halen. Dit hoeft niet summatief te zijn, hierin zullen wij elkaar vinden. Wat Bransen waarschijnlijk niet weet is dat er in het onderwijs een evolutie gaande is voor meer formatieve toetsing, waardoor leerlingen veel meer vrijheid en inzicht krijgen in hun presteren.

Het hoofddoel van het primair onderwijs is volgens Bransen “het ontwikkelen van zelfvertrouwen door goed te leren rekenen en taal te leren beheersen”. Hier zie ik een lichtpuntje wat betreft kennisverwerving en ik zal op dit punt met veel interesse zijn boek lezen. Voor het voortgezet onderwijs (waarin ikzelf werkzaam ben) pleit Bransen voor twee dagen praktijk. Dat komt neer op ongeveer 12 lesuren minder per week. Ik ben benieuwd wat er wordt opgeofferd.

Als laatste sluit Bransen het artikel dat hij voorstander is van experimenteren. Dat vindt hij niet erg, want kinderen worden nu toch al mishandeld. Ik ben heel benieuwd waarom Bransen zo negatief is over onze samenleving, want zo’n verschrikkelijk slechte invloed heeft ons onderwijs niet op de Nederlandse samenleving. Wat Bransen daarnaast vergeet is dat hij (waarschijnlijk) traditioneel onderwijs heeft genoten en daar nu de vruchten van plukt. Met zijn experiment loopt hij het risico kansen te ontnemen van jongeren zonder dat deze daar inspraak in hebben. Als je zonder kennis van zaken kritisch wilt kijken naar het onderwijs en vanuit een onderbuikgevoel grote veranderingen wilt aanbrengen in het systeem, begrijp je niet welke verantwoordelijkheid docenten iedere dag dragen.

Dit is waar ik nu sta. Ik ga vandaag beginnen met lezen en zien of mijn voorspellingen uitkomen of dat Bransen mij positief weet te verrassen.

Als je zonder kennis van zaken kritisch wilt kijken naar het onderwijs en vanuit een onderbuikgevoel grote veranderingen wilt aanbrengen in het systeem, begrijp je niet welke verantwoordelijkheid docenten iedere dag dragen.

Vooruitkijken 2018-2019

Het schooljaar 2017-2018 zit er bijna op, dus tijd voor een reflectie en wat vooruitzichten. Het was een vol, druk en bevlogen jaar. Niet alleen is er veel werk verzet in het maken van nieuw lesmateriaal dat beter aansluit bij de hedendaagse onderwijsbehoeften van mijn leerlingen, ook hebben mijn persoonlijke inzichten in het onderwijs een grote groei doorgemaakt. Opvallend is dat, zeker in de laatste maanden, steeds focus kwam te liggen op kennisverwerving. Mede dankzij boeken zoals The Seven Myths about Education en Make it Stick ben ik kritischer gaan reflecteren op mijn eigen onderwijs. Tegelijkertijd mocht ik het afgelopen jaar een nieuwe Elektronische Leeromgeving proberen (Moodle via OpenEdu) en is deze pilot in het eerste jaar succesvol afgerond (lees hieronder over het vervolg).

Gameful design
Komend jaar mag ik ook een groep docenten bij ons op school begeleiden die, aan de hand van het gameful design diagram, knelpunten gaan aanpakken in hun lessen. Dit mogen zowel grote als kleine problemen zijn. Ook wil ik het lezen van onderwijsliteratuur promoten. De intiële workshop twee weken geleden was in ieder geval al een groot succes

Structureren en stabiliseren
Volgend jaar heb ik dezelfde vier leerlagen als dit jaar alleen neem ik een dag ouderschapsverlof op. De focus zal volgend jaar liggen op structureren en stabiliseren.  Ik heb niet de intentie grote nieuwe stappen te zetten, maar vooral te reflecteren en te tweaken op dat wat er is.

Consumeren en produceren
Het afgelopen jaar heb ik van verschillende mensen gehoord dat ik moet waken dat mijn onderwijsideeën en materiaal ook inzetbaar voor anderen zouden moeten zijn. Je wilt je nalatenschap veiligstellen. Ik ben het hier niet mee eens. Zodra ik rekening moet gaan houden met iedereen die mogelijk mijn ideeën wil implementeren ben ik niet meer voor mezelf aan het werk en stel ik grenzen die mij beklemmen. Ik ben van de scherpe randjes die niet voor iedereen geschikt zullen zijn. Ik wil grenzen opzoeken; anderen mogen gaan vijlen. Ik hoop vooral mensen te inspireren om kritisch en creatief naar hun eigen onderwijsproces te kijken. Ik wil niet dat mensen consumeren, maar produceren.

Hieronder volgen de punten die ik voor ogen heb voor het komend schooljaar. De punten zijn een eerste opzet. Het is bedoeling deze punten later in een eigen post of op een eigen pagina uiteen te zetten.

Klas 1: project 1 – leren leren

Bij klas 1 komen de grootste aanpassingen. Deze aanpassingen staan vooral in het teken van werkdrukvermindering en verwerking van de enquête die ik bij mijn drie klassen 1 heb afgenomen.

Kaartjes eruit, HUD erin
Alle papieren kaartjes gaan eruit. Ik gebruikte deze kaartjes om de ClassCraft vaardigheden inzichtelijker te maken en primary missions duidelijk te communiceren. Los van het feit dat kaartjes snijden veel tijd kost, voegt het niet veel toe. Leerlingen raken mapjes kwijt of kijken er soms naar, maar de afstand tussen de kaartjes en het leerproces is te groot.

In plaats van de losse kaartjes komt er meer informatie in het leeroverzicht (de HUD) dat zij iedere week in hun mailbox krijgen. Hierop staat de primary mission vermeld, evenals de MP-punten en andere zaken die van belang zijn. Ook zullen de kaartjes nog voor een deel zichtbaar zijn in het informatieboekje dat leerlingen krijgen aan het begin van iedere module.

ClassCraft eruit, eigen systeem erin
Ik ga volgend jaar geen ClassCraft meer gebruiken. Ten eerste omdat met twee uur Engels in de week het systeem (te) omslachtig is. Als docent zijn er redelijk wat zaken bij te houden en de app die je als docent gebruikt geeft niet de mogelijkheid snel informatie te verwerken. Daarnaast hebben mijn leerlingen geen tablet of laptop en zijn daarmee de mogelijkheden voor het gebruik van ClassCraft beperkt. Het ClassCraft systeem doorkruist ook mijn eigen puntensysteem en dit werkt voor leerlingen soms verwarrend. Mijn MP-systeem is al behoorlijk anders dan het reguliere onderwijs en een ander puntensysteem waarmee je kunt levellen maakt het er niet duidelijker op.

In plaats van het ClassCraft systeem heb ik een eigen, kleiner, systeem ontwikkeld om goed gedrag te belonen. De leerlingen vervullen in hun guild (groepje) geen rol meer van krijger, magiër of genezer, maar krijgen allemaal dezelfde set met vaardigheden die ze in de les kunnen gebruiken. Deze vaardigheden kunnen ze ‘betalen’ met EP (EnergyPoints). EP krijg je door het maken van extra oefeningen of uitvoeren van uitzonderlijke prestaties. De EP houd ik bij via een app genaamd Teacher Aide. In deze app kan je punten toekennen aan opdrachten. In mijn geval zijn dat de behaalde EP punten. Deze lijst kan ik exporteren en koppelen aan de HUD van de leerlingen. Zo hoef ik niet handmatig alle EP punten bij de leerlingen bij te houden.

Naast EP, zijn er ook nog HP en CC. HP werkt hetzelfde als met ClassCraft: als je op 0 komt, krijg je een willekeurige straf. Corruption Counters (CC) treden in werking als je vaker straf krijgt. Hoe meer Corruption je hebt, hoe hoger de kans dat je straf zwaarder wordt. Beide punten worden ook bijgehouden in Teacher Aide.

Meer focus op het oefenen met zinsvertalingen
Het vertalen van Engelse zinnen vormt een groot onderdeel van de toetsing in klas 1. Leerlingen gaven aan graag hier mee te kunnen oefenen, net zoals de grammatica (crafting). Wij gebruiken Stepping Stones. Ik heb de stones verwerkt in Moodle opdrachten en deze werken ook via een vragenpool. Daarnaast komen er meer (optionele) zinnen om te vertalen bij de crafting (idee van een leerling). Ook zal de overhoring van de zinnen uitgebreider zijn.

Eigen woordenschat overhoring
Er komt een uitgebreidere woordjesoverhoring die beter aansluit op de toetsing op het proefwerk. Wanneer leerlingen alle woordjes moeten leren van een hoofdstuk krijgen ze eenzelfde soort oefening als die op het proefwerk (vertaal een woordje en zet deze in een zin) en er komt een thematische woordenoefening. Deze overhoring geeft 400 in plaats van 200 punten. Dit is om cyclisch leren te promoten.

Meer stilstaan bij leesvaardigheid
Niet een onderdeel van mijn systeem, maar ik wil langer stilstaan bij het bespreken van teksten. Ook wil ik dat leerlingen minimaal één boek lezen.

Klas 3: woordenschat en zinnen vertalen
Het afgelopen jaar hebben mijn derde klassen een digitaal spel gemaakt. Met twee uur Engels snoept dit te veel onderwijstijd af van het leren van Engels. Dit project gaat eruit en ik ga mij meer focussen op kennisverwerving. Leerlingen krijgen, net als in klas 1, punten voor woordjes die zij iedere les moeten leren. De stof is cyclisch ( eerst lijsten 1A en 1C, de volgende les 1.C, 1.D, 1C&C, de les daarna 1.D, 1.C&C, 1E, etc.). Alle punten voor de woordjesoverhoringen vormen een S.O. cijfer. Ik wil ook meer uitleggen over de etymologische achtergrond van woorden en hoe je met kennis van Frans, Latijn en Grieks de betekenis van veel Engelse woorden kunt raden.

Leerlingen in klas 3 gaven aan dat zij meer zinnen wilden vertalen (eigenlijk net als in klas 1). Ik maakte voor een aantal lessen telkens drie zinnen die zij moesten vertalen. Dit wil ik vanaf nu vanaf het begin al doen, minimaal drie zinnen per week.

Daarnaast wil ik meer werken met de Guardian artikelen van One Stop English omdat deze goed aansluiten op hoe wij Engels in de bovenbouw geven.

Klas 5: van itslearning naar Moodle
Klas 5 zal vooral vanaf het begin van het jaar die dingen krijgen die ik gedurende het afgelopen jaar voor klas 5 heb ontwikkeld. Zij krijgen iedere twee weken een HUD in de mail over hun diagnostische voortgang. Ook zullen zij het keuzepakket voorgeschoteld krijgen zoals klas 5 dat dit jaar in de laatste module kreeg.

De grootste verandering gaat zijn dat zij dit allemaal via Moodle gaan doen in plaats van via itslearning. Dit gaat mij enorm veel tijd besparen in administratie en opgaveonderhoud.

Voor klas 5 ga ik een reader ontwikkelen over verhalen en Freytag’s Pyramid en de ontwikkeling van de roman.

Leerlingen in klas 5 gaan, net als de 5e klassers in module 4 van dit jaar, iedere les CITO woordjes moeten leren die diagnostisch worden overhoord.

Komend jaar mogen we gebruik gaan maken van Revisely, een online applicatie om schrijfopdrachten na te kijken.

Klas 6: doorgaan met de lijn die is uitgezet
Leerlingen in klas 6 blijven op itslearning werken. Er zullen kleine toegingen komen wat betreft de woordenschat. Ik wil ook meer uit gaan leggen over het opbouwen van een argument in een betoog. De nieuwe CITO woordenlijsten zullen ook veel tijd in beslag gaan nemen.

Moodle!
Mijn pilot met Moodle mag ik dit jaar uitbreiden. Een groep van tien docenten gaat met deze elo komend jaar aan de slag. Als projectleider zal ik vooral sturen en en adviseren. Ik ben al enthousiast, maar nu is het zaak dat anderen er ook blij van worden. Er is een grote kans dat er meer informatie over Moodle op drakenvlieg.nl komt.

 

Project 1: Leren leren in klas 1 – de enquête

Afgelopen week heb ik een enquête gehouden onder de drie eerste klassen (ongeveer 80 leerlingen) die het afgelopen jaar met het puntensysteem hebben gewerkt. Er zijn weinig grote verschillen met de enquête van vorig jaar, maar er zullen volgend jaar wel een aantal veranderingen komen.

Punten vs. S.O.

Bij de open vragen kwam, net als vorig jaar, naar voren dat veel leerlingen liever een S.O. hebben omdat ze dan alleen de dag van te voren hoeven te leren. Dit is juist wat dit systeem probeert tegen te gaan. Wil je kennis in het lange termijn geheugen krijgen dan moet je veel herhalen en is een uurtje of twee leren voor een S.O. niet effectief. In het verlengde zeggen leerlingen ook dat een 8 halen voor een S.O. makkelijker is dan een 8 in het puntensysteem.De vraag is dan hoe kwalitatief die ‘8’ voor een S.O. is.

Ik krijg ook wel eens de vraag van collega’s en buitenstaanders of het proefwerkcijfer van mijn leerlingen beter is dan dat van leerlingen van andere docenten Engels. Ik kan hier geen antwoord op geven. Er zijn grote verschillen tussen klassen en veel variabelen die van invloed zijn op proefwerkcijfers. Mijn klassen behoren, bij Engels, niet tot de zwakste klassen, maar of dit door mijn systeem komt kan ik niet met zekerheid zeggen. Het systeem doet wat ik vind wat een leerling moet doen om beter te worden in Engels: structureel herhalen van de stof.

“ik hou nooit mijn huiswerk bij, bij Engels word ik gedwongen om dat wel te doen. In eerste opzicht irritant, maar eigenlijk een stuk beter.”

Enkele leerlingen geven ook aan meer stress te ervaren bij het behalen van punten. Hier ligt, denk ik, een stukje communicatie. Je mag punten missen om nog steeds een tien te staan. Ook kan in het puntenoverzicht (zie hieronder) een aantal aanpassingen worden gemaakt zodat het inzichtelijker wordt waar je ongeveer staat en of je voor of achter loopt. Je mag fouten maken (productief falen) en toch maximaal scoren.

“Doordat alles naar je U.S.O. cijfer gaat, ga je toch meer je best doen om het af te krijgen.”

Een ander punt dat sommige leerlingen aanhaalden was dat als je al goed bent in Engels, hier weinig rekening mee wordt gehouden in het systeem. In zekere mate gebeurt dit wel. Als goede leerling hoef je een oefening minder vaak te maken dan een leerling die er moeite mee heeft. Aan de andere kant zijn er grote verschillen in de kennis en kunde van leerlingen in klas 1 wat betreft Engels. Differentiatie in de bovenlaag is altijd lastiger dan de onderlaag, want hoe bepaal je wanneer iemand opdrachten mag missen? Soms denken leerlingen dat ze alles wel weten, maar blijkt achteraf toch dat er (kleine) hiaten in de kennis zit. Het is wel een punt waar ik in mijn achterhoofd mee aan het brainstormen ben.

“Ik hou [van het systeem], want dan moet je de hele tijd leren voor een U.S.O. en dan KAN / mag het ook fout gaan.”

Het vertalen van zinnen

Nieuwe ‘stone’-opdrachten voor volgend jaar in Moodle.

Veel leerlingen misten extra opdrachten op de elo (Moodle) voor het vertalen van zinnen. Het vertalen van zinnen vormt een belangrijk deel van de methode (Stepping Stones) en het proefwerk. Het creëren van goede digitale oefeningen voor vertalingen is lastiger dan voor kleine grammaticale regels. Het afgelopen jaar heb ik dus vooral grammatica oefeningen gemaakt. Komend jaar zullen er oefeningen voor de ‘stones’, zoals deze zinnen worden genoemd maken. Deze oefeningen zullen multiple choice vragen zijn, evenals invuloefeningen en het in de goede volgorde zetten. Er komen oefeningen die letterlijk uit de ‘stones’ zijn gehaald en oefeningen die gemaakt zijn op basis van de ‘stones’, woordenschat en grammatica. Ook is er behoefte aan nog meer zinsvertalingen op papier in de les.

Huiswerkcontrole

Een aantal leerlingen geven aan dat ik meer huiswerk moet controleren en straffen moet uitdelen. Ik heb inderdaad niemand het afgelopen jaar straf gegeven. Ik ga komend schooljaar wel iets meer controleren ook omdat er een nieuw systeem komt omtrent straffen. Ik ben niet vies van het uitdelen van straf (aangeven van grenzen), maar leerlingen moeten ook de ruimte krijgen keuzes te maken in het huiswerk wel te doen en niet te doen. Vaak zie ik in pauzes leerlingen snel huiswerk van elkaar overschrijven en dat wil je natuurlijk voorkomen. Ook zijn er piekmomenten voor S.O.’s en U.S.O’s bij andere vakken en geef je leerlingen meer eigenaarschap door niet altijd te verplichten af te hebben.

Puntenoverzicht

Voorbeeld van een puntenoverzicht

De leerlingen zijn tevreden over het puntenoverzicht dat ze wekelijks in hun mailbox als pdf krijgen. Wel kan bepaalde informatie duidelijker worden weergegeven. Zo zullen leerlingen volgend jaar op de eerste pagina hun level (cijfer) zien met het level wat je zou hebben gehaald als je netjes de studie wijzer zou hebben gevolgd. Op de tweede bladzijde komt nog steeds een uiteenzetting voor welke onderdelen je welke punten hebt gehaald. Overigens wil ik de kanttekening maken dat het U.S.O.-cijfer dat gekoppeld is aan dit systeem niet noodzakelijk is. Het systeem kan ook puur formatief worden ingezet, maar dan ontstaat er een discrepantie met de cijfers van andere klassen van andere docenten Engels. Ik wil leerlingen niet de kans ontnemen om hun proefwerkcijfer positief te beïnvloeden door tijdig aan de slag te gaan met de stof als andere leerlingen dat ook hebben.

“[H]et wekelijks overzicht is heel handig. Je kan goed kijken wat je moet doen en je kan goed een doel stellen. “

ClassCraft

De resultaten over ClassCraft had ik wel verwacht. De laatste weken heb ik er niet veel meer gedaan. Dit komt vooral omdat met 2 uur in de week je weinig bewegingsruimte hebt om extra dingen te doen. Ook het bijhouden van alle vaardigheden, straffen en XP is omslachtig. Ik was al van plan om volgend jaar geen ClassCraft te gebruiken en met een versimpeld systeem te gaan werken met behulp van de Teacher Aide app.

Conclusie

Prototype “Lore”-boekje

Het syteem is dit jaar ten op zichte van vorig jaar weer behoorlijk veranderd. Moodle is een verrijking ten opzichte van itslearning. Ik ben mij ook de laatste tijd steeds meer aan het frustreren aan de beperkingen van deze Scandinavische ELO. De toetsmodule van Moodle is gewoonweg beter.  Het feit dat vragen op site-niveau kunnen worden gezet, neemt veel werk uit handen. Ook is het fijn dat Moodle met punten kan werken in plaats van cijfers, evenals de feedback die je per vraag kunt geven. Als laatste geeft Moodle ook Excel exports, zodat je alle resultaten netjes in je eigen adminstratie kunt verwerken.  Volgend schooljaar mag ik mijn Moodle-project uitbreiden en kan ik verder gaan met het aanmaken van vragenpoolen.

Volgend jaar zullen alle papieren kaartjes eruit gaan. Het is supertof voor veel leerlingen om een kaartje te hebben, maar geeft behoorlijk veel rompslomp. De informatie van de kaartjes komt nu in het wekelijks overzicht die de leerlingen in hun mailbox krijgen. Ik kan nu ook alle losse stencils met grammatica-, stone- en systeeminformatie bundelen in een A5-boekje “Lore” boekje dat leerlingen in hun tekstboek kunnen bewaren.

De komende tijd zal ik op deze website de vernieuwingen uiteenzetten. Het grootste doel voor volgend jaar is het standaardiseren van het systeem zodat leerlingen makkelijker begrijpen hoe het werkt en de docent minder werk heeft.

Opdrachten in Moodle

Jaaroverzicht 2017-2018

Het aankomende schooljaar zit weer vol ontdekkingen. Hier volgt een lijst waar je in ieder geval het komend schooljaar iets op deze site zult vinden.

Ik heb een full time baan van 23 uur op een categoraal gymnasium: 3 eerste klassen, 3 derde klassen, 2 vijfde klassen en 2 zesde klassen. Daarnaast ben ik mentor van een klas 5/6 en sinds dit jaar sectievoorzitter. Ik ben sinds dit jaar geen ICT&Onderwijs coördinator meer, om zo meer tijd te creëren voor al mijn ideeën. Als laatste volg ik een ontwikkeltraject van het Lerarenontwikkelfonds (LOF) waar deze website onderdeel van is.

Klas 1

  • Een punten systeem in plaats van S.O.’s. Vorig was ik hier al mee begonnen, maar dat systeem was niet heel praktisch.
  • Gebruik van Classcraft. Op welke manier kan je het beste ClassCraft inzetten in een 2 uurs vak? Waar ondersteunt het het leerproces en waar loopt het in de weg?
  • Ontdekken van de elo Moodle (via OpenEdu). De huidige elo bij ons op school is niet goed in te zetten voor gamification. Daarnaast ben ik benieuwd waar Moodle sterker in is en waar zwakker.

Klas 3

  • Leerlingen een interactive text based video game te maken in Quest. Ik wil mijn leerlingen een project aanbieden waar zij een eindproduct maken dat buiten het klaslokaal gebruikt kan worden. In dat project is samenwerken belangrijk. Leerlingen krijgen een cijfer op basis van punten die zij hebben gehaald voor verschillende elementen. Dit project is gebaseerd op een vergelijkbaar project van game-ondd.nl.
  • Eén pilot klas zal laptops hebben. Voor deze klas zal ik aan de slag gaan met Office365. Dit jaar zal één klas de beschikking hebben over eigen laptops. In dit project is er gekozen voor Office365 als centraal onderwijssysteem. Ik ben nog niet bekend met toepassingen zoals OneNote en Teams in het onderwijs, dus ik ben benieuwd wat er mogelijk is.

Klas 5

  • Verdere voortzetting van het ‘lane’ systeem waar leerlingen voor een deel zelf bepalen wat ze gaan leren. Het ‘lane’ systeem loopt in grote lijnen goed. Ik wil kijken hoe ik een portfolio aan het systeem kan voegen en het keuze programma beter kan reguleren.
  • Uitwerken van papieren notificatie kaartjes voor grammatica. Ik heb een idee om leerlingen prompts op kaartjes te geven als directe feedback. Leerlingen bewaren deze kaartjes in een aparte folio in hun snelhechter.
  • Indien tijd, een keuze programma maken omtrent Romantische en Victoriaanse dichters. Ik wil literatuur persoonlijker maken door leerlingen zelf een dichter te laten kiezen die ze beter willen leren kennen.

Klas 6

  • Verdere voortzetting van het ‘lane systeem’ waar leerlingen voor een deel zelf bepalen wat ze gaan leren.
  • Indien tijd, een nieuwe schrijfmodule waar leerlingen worden voorbereid op academisch schrijven.

LOF

Via het Lerarenontwikkelingfonds (LOF) wil ik theorie en praktijk samenbrengen. Het LOF biedt mij de ruimte om deze website verder te ontwikkelingen en de verdieping in te gaan. In oktober geef ik ook een presentatie tijdens het Lerarencongres.

 

Al met al weer een druk jaar, al heb ik mee voorgenomen mijn werkuren (niet de fte’s ) te verlagen om dit te kunnen blijven doen. Volg mijn vorderingen via Twitter, Facebook, of gewoon deze site!

A ClassCraft Guide for two hours per week

ClassCraft

ClassCraft is a website which offers a levelling system for characters and abilities for students to interact in class. The post is in English as most users of ClassCraft don’t speak Dutch.

Setting

I am going to use ClassCraft in three classes the upcoming school year. I teach English as a Second Language at a Dutch grammar school. This means my students perform above average compared to peers of similar age. My students are aged 12-13 and will have their first year at my school. The students have multiple subjects taught by several teachers. They only have two hours of English per week, which means 50 minutes of teaching time per class. I will be the only teacher using ClassCraft. I have the approval of my superiors to use ClassCraft for my students.

Our system divides the year into four modules. Each module closes with a test week. In the standard situation they would get up to two marked quizzes per module.

Most students will have a smartphone, though some will not have enough memory to install the app. We have computer rooms, but I need to reserve them. Students don’t have tablets or laptops. So, usage of computers is limited. I do have a Smart board at my disposal in every classroom.

System

I already have an XP system for my students to get XP from assignments to form a final mark each module. XP can be gained from LMS assignments, in-class work, quizzes and short tests.

I want ClassCraft to exist next to this system. XP gained by the ClassCraft system has no effect on their marks. This XP will only help them level. I already used the term ‘XP’ in my own system, so I will rename that to MP (Mastery Points). Students can get both Experience as well as Mastery Points for assignments. This will give me the opportunity to hand-out XP more freely and keep the MP for mastering English only.

The numbers

Having only 100 minutes per week to use ClassCraft I need to make sure the whole year remains interesting. I have subscribed for a year to get all the options of the game. I have already experimented with a free version last year for about two weeks.

ClassCraft characters can get to level 18. When characters have reached level 18 they can acquire all gear (if they have the gold for it), all pets and all skills. I have to divide these levels evenly over the year. I have kept the levelling at 1000 XP.

There are four modules. I want to give my students a kick start in the first module so I have come up with the following schematic:

Module 1             Max. Level 6                   6000XP
Module 2             Max. Level 10 (+4)          4000XP
Module 3             Max. Level 14 (+4)          4000XP
Module 4             Max. Level 18 (+4)          4000XP

These numbers are not set in stone, but they give me something to work with. If a student, for example, reaches level 7 in module 1 that would fine.

Module 1 has nine weeks, so that means roughly 6000/9= 670XP per week to spend (not taking into account the XP gained by collaborative powers). As there are two classes per week, that’s about 335 XP per class (or homework for that class).

AP
I keep the standard Action Points for each character (Mage 50, Warrior 30, Healer 35). They regain 5 AP per day. That means they can spend 35 AP per week on Powers. It is enough to play most powers each week, but too few to make sure some choices have to be made. When the higher level powers come more into play, I may increase the amount.

HP
I have added “-5 HP per book forgotten per class” as a lot of students forget books later in the year.

Gold
Students need about 320 gold coins to buy equipment in this first module. Apart from that, they can buy a toilet break (20 gcs) or they have to pay 5 gcs per cleared book before the bell has gone. Therefore, I have 320/9= 35 gcs per week to spend (a bit more to make sure there is enough for emergency bathroom breaks).

Teams

I call teams Guilds and students will be picked at random. I try to make sure boys and girls are evenly spread over the Guilds. After Module 1 I will decide if I want to stick to the groups or have some changes. Guilds receive a sticker of 8cm of their Team Crest. I also use 1 cm stickers for random events.

Experience Points

Students get XP for various assignments. The only pre-set I have for now is “+50 for creating a good working atmosphere within the group during grammar assignments” (which is called Crafting).

Powers

I have made some changes in the Powers to make them interact more with my gamified classes. I also didn’t want students to get hints or cheat sheets during tests.

Healers

Sainthood: The healer may forget a book for class for 5 AP per book.

Ardent Faith: During a MasterCraft you may double your percentage to help another teammate get to 70%.
(A MasterCraft is an individual grammar test after which team members can help each other in getting 70% correct. They do so by giving their surplus percentage to a member in need. For example, a student has 80% correct, he or she may transfer 10% to a team member who has 60%. With Ardent Faith that 10% is doubled to 20%, so she or he can help a member with 50%.)

Favor of the gods: The healer may listen to music.

Prayer: During Spell Binding your team gets two free words.
(A Spell Binding is a sentence translation test. During this test student can buy words for MP. These words are to be studied for the big test. With Prayer students get two free words.)

 

Warrior

Hunting: The warrior can eat in class.

Ambush: The team can ask for a quick quiz to gain more XP and Gold Coins.

Counter Attack: During a word quiz you will gain 50% bonus XP for every correct answer (rounded up). If you have an incorrect answer it will cost you 5 HP per wrong answer.
(Word quizzes can be given at the start of a class on words there were to be studied for that class. Students receive MP and XP for these quizzes.)

Frontal Assault:  During Spell Binding all team members lose 5 HP each: you may exchange one sentence for an unknown new one. You must translate the new sentence.
(A Spell Binding is a sentence translation test with fixed sentences. With this Power students of the team may exchange one sentence of their choosing for a new one.)

Secret Weapon: The warrior may transfer percentages for every assignment in a MasterCraft instead of just one.
 (A MasterCraft is an individual grammar test in which team members can help each other in getting 70% correct. They can only help each other in one assignment. With Secret Weapon they may help in any assignment if they scored high enough to transfer percentages.)

 

Mage

Invisibility: The mage may avoid answering a question in class.

Teleport: The mage can trade places with any other classmate.

Time Warp: The mage can be up to 5 minutes late for class without losing HP.

Clairvoyance: All team members, except mages gain, 12 AP.

Magic Circle: All team members gain an extra 5 minutes to beat a Spell Binding.
(A Spell Binding is a sentence translation test, taking about 20 minutes)

 

The use of Powers in class

The biggest challenge of using ClassCraft in two classes of 50 minutes is avoiding ClassCraft taking most of the time. Also, using ClassCraft in a short amount of time make the class messy as students continually disrupt the class by using Powers  On top of that, not all students have access to the ClassCraft app, putting more work on the teacher.

To make sure Powers are used at the appropriate time, I have added some extra terms:

Initial – These Powers can only be used in the first five minutes of the class, but can have effect for the whole lesson, for example Teleport.

Single Use (Solitary) – Can only be used by a member once per class, but may also be used once by other similar characters.

Single Use (Collaborative) – Can only be used by one member of the team within one class.

Battle – These abilities can only be used when falling into battle.

Terminal – These abilities can be used after class or test, for example Secret Weapon.

Paper cards

I have also created paper cards of each Power. Students receive a card when they acquire a Power. These Power cards have the student’s name on the back of the card. When a student uses a Power in class he or she has to hand in a card. I can choose to subtract the AP during or after class. Each student receives a pocket page to keep the cards in a fastener.

I use a 7” tablet to keep track of the students during class.

 

Sentences

I have added some personal sentences:

Heavy and Light Detention Work – You have to copy certain information or have to do an extra assignment. The difference between light and heavy is the amount of time you have to spend on the assignment.

Sit in front of teacher for four classes – You have to sit in front of the teacher for four classes. You switch places with one of the student who sits in front of the teacher according to the map.

T-Hour – You get a T-hour, which means you have go to the study attic for an hour after school and do schoolwork.

Cleaning duty – You have to clean the school alleys and halls for 30 minutes. If your team helps you in cleaning, you can do 15 minutes. Your teacher will inspect the end result

Cleaning tables – You have to clean the tables of one room. When all tables are clean and your teacher has checked the result, you may leave. Team members may help you doing the sentence.

Other aspects of ClassCraft

I will not use the Random Events or any other additional feature as both students and myself need to get used to the system. When I think the class is ready, I will add more features. I let my students figure out the use of pets themselves, to make sure they have something to discover for themselves.

 

Energizer quiz: heroes vs heroines

Afgelopen week wilde ik een opdracht voor mijn twee stagiaires bedenken waarmee zij hun leiderschapsvaardigheden konden oefenen. Ik wilde geen veilige busopstelling, maar tafels aan de kant en een actieve opdracht. Voor de eerste klas leerlingen natuurlijk ook een goede afwisseling, zeker na een kleine overhoring.

De quiz

De quiz is qua opzet heel simpel. Je maakt twee groepen, je stelt vragen, je houdt de score bij, je roept een winnaar uit.

Deze energizer is absoluut niet nieuw, maar wel heel flexibel naar de situatie. Het grote voordeel is dat je de opdracht zo kort en zo lang kunt maken als je wilt en je er constant nieuwe variabelen in kunt stoppen zodat het voor leerlingen interessant blijft. Ook kan je elke te leren stof in de opdracht verwerken, al is dat niet het hoofddoel. De pedagogische rol als leraar en de versterking van de relatie met je klas is het meest belangrijk. Ook biedt deze opdracht meer inzicht in de groepsprocessen binnen een klas en of leerlingen buiten de boot vallen.

Heroes vs heroines

In mijn voorbeeld wilde ik de jongens tegen de meisjes. Het onderwerp van het hoofdstuk was ‘(super)heroes’ en ik doopte de quiz om in ‘heroes vs heroines’. Ik kocht een hotelbel bij bol.com voor de extra touch. Leerlingen moesten vragen beantwoorden over onregelmatige werkwoorden en de woordjes. Ik gebruikte ook de volgende (flash) website: http://www.curriculumbits.com/prodimages/details/misc/mis0014 voor een beetje extra sfeer.

  • De leerlingen stellen zich op in rijen (hoeven geen gelijke aantallen te hebben).
  • Leerlingen mogen hun handen niet boven de tafel hebben om te voorkomen dat de hand van de ene leerling makkelijker op de bel kan drukken dan de ander
  • De docent wijst de leerling aan die het antwoord mag zeggen nadat er gebeld is.
  • Een goed antwoord levert een punt op, een fout antwoord een punt voor de tegenpartij.
  • Na elke vraag rouleert de leerling zodat iedereen aan de beurt komt.

 

Variant: Clash of Titans

Aan het einde van de rondes deed ik een Clash of Titans, waarbij de kampioenen van beide teams naar voren worden geschoven. Ik liet de leerling zelf hun kampioen kiezen. Je kunt ook leerlingen selecteren op het aantal goede antwoorden wat ze eerder hebben gegeven maar dat vergt meer administratie. Aantal regelwijzigingen:

  • Moeilijkere vragen, bijvoorbeeld het boek van klas 3 voor eerste klassers ( en duidelijk laten zien dat je een moeilijk boek pakt).
  • Een fout antwoord is niet een punt voor de tegenpartij, dit om de spanning op te bouwen. Bij een fout antwoord mag de tegenpartij wel nog rustig nadenken over het goede antwoord. Als zij het antwoord ook niet weten, heeft niemand punten.
  • Je pakt weliswaar een moeilijk boek, maar de vragen moeten wel te doen zijn. Het vragen naar obscure woorden die de leerlingen telkens niet kennen, draagt niet veel bij aan de sfeer.

 

De ervaringen

Leerlingen werden al enthousiast nog voordat ik alles had uitgelegd en waren heel betrokken. Het was soms een beetje chaotisch, maar dat zorgt wel voor sfeer. Zolang je binnen de grenzen van het redelijke blijft, is dat niet erg.

In twee klassen zag ik duidelijk buitenbeetjes betrokken worden bij het quiz-proces, één meisje door gewoon een goed antwoord te geven in de ‘heroes vs heroines’. Ze kreeg high-fives van de andere meiden. In een andere klas kozen de jongens een wat stillere jongen als hun Titan, boven een meer populaire jongen. En hij won.

Je blijft als docent natuurlijk waakzaam voor de veiligheid en zal de les ook moeten stilleggen als de teleurstelling van een team wordt botgevierd op een leerling.

Het was leuk om te spelen met de spanning: de klas stil krijgen en dan langzaam een vraag lezen, spanning opbouwen en dan voor een uitbarsting zorgen.

Ik heb met opzet geen prijs ingezet. Ook kunnen leerlingen geen punten krijgen voor deze opdracht. De aandacht moet liggen op het spel en niet op de beloning.

Voor DIO’s/LIO’s (stagiaires)

Deze opdracht komt neer op leiderschap pakken. De fysieke rolverdeling is minder duidelijk. Hoe krijg je een  klas stil dat vol adrenaline zit? Hoe houd je de regie? En hoe zorg je ervoor dat het spel spannend en eerlijk blijft? Je moet constant switchen tussen de verschillende rollen die als docent hebt en je niet te veel laten meeslepen in het enthousiasme van de groep.

Feedback in je pocket

Ik heb een systeem uitgedacht om grammatica beter te kunnen  herhalen voor leerlingen die het nodig hebben. Het is een vorm van feedback die moet zorgen voor een persoonlijk archief van fouten die een leerling maakt. Ik heb bewust gekozen voor een tastbaar systeem en niet iets digitaals, omdat ik denk dat leerlingen dat in dit geval meer waarderen en gebruiken.

De inspiratie

Magic: the Gathering is een kaartspel waar je pakjes koopt met kaartjes. Met deze kaartjes kan je een speeldeck maken en een spelletje spelen. Op een gegeven moment stopte Wizards of the Coast, maker van Magic: the Gathering, ook een extra kaartje in het pakje waar een regel van het spel kort wordt uitgelegd.  Dat mag ook wel want sinds 1993 zijn er steeds meer mogelijkheden en regels bijgekomen waardoor het voor nieuwe en terugkerende spelers soms verwarrend is wat bepaalde kaarten nu kunnen. Een speler wordt elke keer kort aan een regel herinnerd en je kunt zo een hele verzameling regels opbouwen.

Taal is een serie spelregels

Een taal is eigenlijk ook een serie van spelregels. Het spel wordt ook steeds ingewikkelder naar mate je het op een hoger niveau speelt. Op een gegeven moment kunnen dan bepaalde regels een beetje weggezakt zijn. Het is dan vaak vermoeiend om een dik boek open te slaan en te zoeken naar die ene regel die je op dat moment nodig hebt.  Ook ter  voorbereiding op een toets is het soms vervelend door een heleboel regels te spitten. Sommige leerlingen kunnen een mooi systeem maken, maar niet iedere leerling kan dat. Dus dacht ik, waarom gewoon niet af en toe een regel toestoppen?

Het systeem

In deze module werken leerlingen in klas 5 naar een Letter to the Editor toe. Ze maken een aantal schrijfopdrachten in de module die ik nakijk. Ik zie vaak dezelfde kleine fouten voorbij komen zoals affect vs effect en than vs. then. Iedere keer wanneer ik een opdracht nakijk en een aantal van deze fouten vind, geef ik de fout aan (maar zonder verbetering) en zet een nummer in de kantlijn. Dat nummer verwijst naar een kaartje waar de regel in het kort wordt uitgelegd. Het kaartje wordt met een paperclip aan de opdracht vastgemaakt.

De leerlingen ontvangen een plastic bladzijde waar zij de kaartjes in kunnen doen. Dit zijn mapjes waar je normaal gesproken Magic: the Gathering kaartjes in doet. Wanneer een leerling zich voorbereid op de volgende schrijfopdracht of de toets, kan hij of zij de kaartjes erbij pakken en kort als een herinnering ophalen. Vaak gaat het er ook niet om dat een leerling een regel niet meer wist, maar bijvoorbeeld wat gemakzuchtig was of te snel schreef.

 

Onderaan de kaartjes staat een verwijzing naar de elo. Het wordt de bedoeling dat iedere regel op de elo het volgende krijgt:

  • Een uitgebreide uitleg
  • Een Youtube-filmpje
  • Een oefenopgave (volgens het pool-principe, uit een pool van x vragen wordt er telkens willekeurig een aantal getrokken).

Dit kost natuurlijk veel tijd dus maak ik nieuwe items op basis van de fouten die ik in klas 5 tegenkom.

De nummering is op dit moment voor een deel arbitrair. Ik heb op dit moment de volgende verdeling:

  • 100 – Basis grammatica
  • 200 – Gevorderde grammatica
  • 300 – Overige grammatica, zoals bijvoorbeeld de onregelmatige werkwoorden
  • 400 – Spelling
  • 500 – Confusables, woorden die vaak verwisseld worden zoals than/then, affect/effect, theyr’re/their/there.

Deze onderverdeling is nooit toereikend en ik verwacht dat ik eerder in duizendtallen moet werken dan honderdtallen.

Wat heb je nodig

Ik gebruik de volgende materialen:

  • kleurenkopie op stevig karton (school)
  • paperclips
  • hoesjes voor de kaartjes (ik koop budget sleeves bij www.summoner.nl, 100 voor een €1,00)
  • een blad voor in een snelhechter voor de kaartjes (ik koop deze bij www.summoner.nl, 100 bladen voor €19,95)
  • Een snelhechter (maar die hadden mijn leerlingen al)
  • elo voor extra ondersteuning

De kaartjes maak ik in Word en laat ik op school drukken. Ik snijd ze zelf uit. Ik deel gemiddeld 1 tot 2 kaartjes uit per leerling bij een schrijfopdracht. Aan de ene kant zal dit aantal toenemen omdat ik meer regels erbij betrek, aan de andere kant deel ik de kaartjes maar één uit en schrijf dan alleen nog het nummer (met een uitroepteken!) op het blaadje als de leerling in de fout blijft gaan, dus zal het aantal ook weer afnemen. Ik houd in mijn PDE archief (een soort eigen portfolio in Excel waar ik later meer over zal vertellen) bij welke kaartjes een leerling heeft ontvangen.

Andere vakken

Een systeem als deze kan natuurlijk ook voor andere vakken goed gebruikt worden zoals molecuul structuren of elementen van het periodieke systeem, wiskundige formules, jaartallen uit de geschiedenis, landen met hoofdsteden, naamvallen, eigenlijk alles wat feiten heeft.

De reactie

De reactie van de leerlingen was over het algemeen redelijk positief. Dat komt waarschijnlijk omdat ze nog niet goed kunnen inzien hoe ze dit verder gaat helpen. Ik zal na de komende toets een enquête afnemen om te zien in hoeverre het ze heeft geholpen in hun voorbereiding. Een enkele leerling wilde eigenlijk wel kaartjes hebben, maar had geen fouten gemaakt en grapte dat hij daarom maar extra fouten ging maken in zijn volgende schrijfopdracht.

 

Gameful design, gamification, game-based learning en speldidactiek

Er zijn in het onderwijs drie verschillende concepten van games in het onderwijs. Vaak worden deze concepten door elkaar gebruikt onder de term ‘gamification’ wat niet de duidelijkheid bevordert omdat deze drie concepten met een andere insteek spellen gebruiken om het onderwijsproces te bevorderen. Ik denk dat het belangrijk is dat wanneer we spellen of spelelementen gebruiken in het onderwijs, wij duidelijk moeten hebben waar we gebruik van maken. Daarom mijn visie op deze drie termen en hun gebruik op dit moment.

Gameful design gaat vooral in hoe je lesgeeft, gamification gaat vooral in op hoe je meet (zowel voor de leerling als de docent), en game-based learning gaat vooral in op producten die je gebruikt. 

Ik wil ervoor pleiten om deze drie termen onder het concept speldidactiek te plaatsen, een term gebaseerd op het woord gamedidactiek die ik tegen kwam via Martijn Koops boek Gamedidactiek: Het hoe er waarom van spellen in de les. Dit boek moet (en ga) ik nog lezen, maar de term lijkt mij op deze manier het best toepasbaar.

Gameful Design

Gameful design kijkt naar hoe spellen werken en waarom ze succesvol zijn. Spellen werpen onnodige obstakels op om een taak te volbrengen. Zo mag je als speler bij voetbal de bal niet met je handen pakken, of mag je de bal niet overspelen naar de speler die achter de laatste verdediger staat. Spellen zijn rationeel gezien onlogisch om te doen, maar weten mensen wel te bewegen om uitzonderlijke resultaten neer te zetten.

Gameful design wil die elementen uit spellen, die spelers ertoe zetten moeilijke uitdagingen aan te gaan, toepassen in het onderwijsproces. Een aantal elementen uit spellen zijn: duidelijke doelen, inzetten van identiteit, bevorderen van autonomie, bevorderen van samenwerken, mogelijkheid tot falen zonder groot risico, ontdekken aanmoedigen, directe betekenis toekennen aan het proces, etc.

Gameful design wordt dan ook vaak al toegepast in het onderwijs. Het is dus vaak niet iets compleet nieuws. Wat gameful design wel doet is een paraplu creëren waaruit een docent bewuster kan kiezen wat hij of zij wil inzetten in het onderwijs en waarom. Je kunt dus je lessen organiseren op basis van gameful design zonder een spel te gebruiken of gamification (zie hieronder) toe te passen.

Gamification

Gamification is een vaak gebruikte, overkoepelende, term als het over games en onderwijs gaat. Deze term is echter te vaag geworden omdat de originele betekenis van gamification niet strookt met de ideeën van gameful design.

In een nauwere (originele) betekenis is gamification vooral het onderwijsproces ondersteunen met behulp van game-elementen. Een veel gebruikt element zijn de ‘points’, ‘badges’ en ‘leaderboards’ (PBL’s). Je kunt bijvoorbeeld punten en stickers halen voor activiteiten die je hebt gedaan en deze scores vergelijken met anderen.

Critici van dit systeem, waaronder Jane McGonnigal, spreken bij gamification over de ‘sugared pill’, ‘chocolate covered broccili’ (James Paul Gee), of de ‘spinach sundae’ (Barry Fishman). Gamification is heel plat. Het gaat ervan uit dat als je PBL’s inzet, iets vanzelf interessanter wordt.

Ik denk dat gamification een belangrijk onderdeel kan zijn van gameful design, maar op zichzelf staand gedoemd is te mislukken. Gamification is vooral extrinsiek gemotiveerd en geeft beperkt betekenis aan de taak die je doet. Gamification wordt snel saai.

Gamification kijkt naar de elementen van spellen en past deze toe, gameful design kijkt naar het ontwerp achter de elementen en past dit ontwerp toe in de les.

Game-based Learning

Van de drie termen ben ik het mist tevreden met deze term. Mocht er iemand een andere term hebben dan houd ik mij aanbevolen.

Game-based learning is het gebruik van daadwerkelijke spellen in het onderwijsproces. Binnen game-based learning heb je ook weer verschillende soorten spellen. Deze spellen kunnen in een traditionele onderwijsomgeving worden gegeven, maar natuurlijk ook onderdeel zijn van gameful design of gamification. Game-based learning maakt gebruik van daadwerkelijke spellen in de les.

Speldidactiek

Speldidactiek is het overkoepelende idee om spellen als inspiratie te gebruiken voor het onderwijsproces. Dit kan een een mix zijn van gameful design, gamification en game-based learning, of slechts één element.